ijking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ij·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijking ijkingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ijking v [1]

  1. controleren of meetapparatuur de juiste waarde aangeeft aan de hand van een wettelijke standaard
    • „En dat betekent onder meer dat er één keer per jaar onderhoud aan de weegapparatuur wordt gepleegd en ijking één keer per twee jaar plaatsvindt.” [2] 
  2. evalueren en zo nodig aanpassen van beleid aan een nieuwe situatie
    • Het liep letterlijk uit de klauwen. Enschede kende vorig jaar een spectaculaire toename van het aantal autoinbraken. Dat viel vooral op toen clusterchef Klaas Sloots tijdens een driemaandelijkse ijking van veiligheidsthema’s de cijfers van vergelijkbare steden als Haarlem, Nijmegen, Groningen, Arnehm en Breda onder ogen kreeg. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen