ietwat
Uiterlijk
- iet·wat
- samenstelling van iet en wat [1]
ietwat
- in bescheiden mate
- ▸ Na een ietwat schamel terug-naar-de-basis- witbrood-met-jam-ontbijt, loop ik naar het busje dat aan de weg staat te ronken.[2]
- ▸ Waarom had Quick het over Lawrie, terwijl zij toch degene was die zich eigenaardig gedroeg? 'Goed ' Ze leek ietwat te kalmeren.[3]
- ▸ Zij zegt, ietwat timide, dat ze Kierkegaard kent.[4]
- Dat is ietwat overdreven.
- Het woord ietwat staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ietwat" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 91 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ ietwat op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Daan Bronkhorst“Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025313562 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 93 %
- Prevalentie Vlaanderen 91 %