iepen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ie·pen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

iepen

  1. van iepenhout vervaardigd

Zelfstandig naamwoord

iepen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord iep

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be