idyllisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • idyl·lisch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen idyllisch idyllischer
verbogen idyllische idyllischere
partitief idyllisch idyllischers -

Bijvoeglijk naamwoord

idyllisch

  1. bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid
    • Zie je dat idyllische plekje daar? 
     De rit van Mulhouse naar La Planche des Belles Filles is er een om naar uit te kijken. De naam van de finishplek klinkt idyllisch, maar het is een gemene beklimming van 7 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 8,7 procent, en op het einde een onverharde sectie. Het klassement zal worden opgeschud.[1]
     Hoe idyllisch het ook was, ik werd gek genoeg na een aantal uur weer onrustig. Goldie keek me verbaasd aan toen ik mijn rugzak opdeed. ‘Waarom die haast?’ Daar had ik geen antwoord op, maar ik vertrok.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

idyllisch

  1. idyllisch