idoliseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
idoliseren idoliserend
idolisering idolaat


Woordafbreking
  • geïdo·li·seerd, ge·ido·li·seerd
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
idoliseren
idoliseerde
geïdoliseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

idoliseren

  1. buitensporig vereren
    Gaan we dan nog steeds onze prinsen, koningen e.d. idoliseren?[1]
Synoniemen
Antoniemen
Verwijzingen
  1. Loohuis, W.J.M. "Brieven van lezers. Claus van Amsberg V" in: De Tijd. De Maasbode jrg. 121 nr. 39135 (2 oktober 1965); p. 2 kol. 7; geraadpleegd 2016-03-10
Vertalingen