identiteitsbewijs
Uiterlijk
- Geluid: identiteitsbewijs (hulp, bestand)
- IPA: / ˌidɛntiˈtɛitsbɛˌwɛis / (6 lettergrepen)
- iden·ti·teits·be·wijs
- samenstelling van identiteit en bewijs met het invoegsel -s-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | identiteitsbewijs | identiteitsbewijzen |
| verkleinwoord | identiteitsbewijsje | identiteitsbewijsjes |
het identiteitsbewijs o
- een document waaruit de identiteit van iemand blijkt
- Zij moesten hun identiteitsbewijzen tonen.
1. een document waaruit de identiteit van iemand blijkt
- Het woord identiteitsbewijs staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "identiteitsbewijs" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 17
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 6 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %