hypochonder
Uiterlijk
- Geluid: hypochonder (hulp, bestand)
- IPA: / ˌhipoˈxɔndər / (4 lettergrepen)
- hy·po·chon·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hypochonder | hypochonders |
| verkleinwoord | - | - |
de hypochonder m
- (psychologie) (medisch) iemand die aan hypochondrie lijdt
- hypochonders lijden vaak aan het 'ik heb alle ziektes'-syndroom
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | hypochonder |
| verbogen | hypochondere |
| partitief | hypochonders |
hypochonder
- Het woord hypochonder staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hypochonder" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 87 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ hypochonder op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel hypo- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Psychologie in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 93 %
- Prevalentie Vlaanderen 87 %