huwelijksdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hu·we·lijks·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord huwelijksdag huwelijksdagen
verkleinwoord huwelijksdagje huwelijksdagjes

Zelfstandig naamwoord

huwelijksdag m

  1. (feest) (familie) (juridisch) de dag dat men trouwt
    • De huwelijksdag is een zeer drukke hectische dag waarvan gezegd wordt dat het de mooiste dag van je leven is. 
Synoniemen
  1. trouwdag

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.