huslig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • hus·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Deense woord hus met het achtervoegsel -lig.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
g enkelvoud huslig mere huslig mest huslig
o enkelvoud husligt
meervoud huslige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
huslige mere huslig mest huslige

Bijvoeglijk naamwoord

huslig

  1. huiselijk



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hus·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Noorse woord hus met het achtervoegsel -lig.
Naar frequentie 43647
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud huslig husligere husligst
o enkelvoud huslig
meervoud huslige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
huslige husligere husligste

Bijvoeglijk naamwoord

huslig

  1. huiselijk



Nynorsk

Bijvoeglijk naamwoord

huslig

  1. verouderde spelling of vorm van husleg van vóór 2012
(verouderd) onbepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van huslig