hunner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hun·ner
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

hunner

  1. (verouderd), genitief van derde persoon meervoud van zij
    • Hij liet één hunner het woord voeren. 

Bezittelijk voornaamwoord

hunner

  1. (verouderd), genitief enkelvoud vrouwelijk van derde persoon meervoud: hun
    • Dit is het gevolg hunner vernedering. 
  2. (verouderd), genitief meervoud van derde persoon meervoud: hun
    • Dit is het land hunner vaderen. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid