hundar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Faeröers

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

hundar

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van hundur

hundar

  1. accusatief onbepaald mannelijk meervoud van hundur


IJslands

Uitspraak
Naar frequentie 4504

Zelfstandig naamwoord

hundar

  1. genitief onbepaald mannelijk meervoud van hundur


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • hun·dar

Zelfstandig naamwoord

hundar

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van hundur


Oudnoords

Zelfstandig naamwoord

hundar

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van hundr


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • hun·dar
Naar frequentie 1764

Zelfstandig naamwoord

hundar

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van hund
    «Vet du varför hundar sover i människors sängar?»
    Weet je waarom honden slapen in bedden van de mensen?