humorvol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hu·mor·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen humorvol humorvoller humorvolst
verbogen humorvolle humorvollere humorvolste
partitief humorvols humorvollers -

Bijvoeglijk naamwoord

humorvol

  1. met veel humor
    • De humorvolle moest altijd lachen, vooral als het hem tegenzat. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.