humoristisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hu·mo·ris·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen humoristisch humoristischer
verbogen humoristische humoristischere
partitief humoristisch humoristischers -

Bijvoeglijk naamwoord

humoristisch

  1. als je ergens om lachen kunt
    • De lereaar gaf een humoristisch voorbeeld waarom de hele klas moest lachen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen