humeurigheid
Uiterlijk
- hu·meu·rig·heid
afleiding van humeurig met het achtervoegsel -heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | humeurigheid | humeurigheden |
| verkleinwoord |
de humeurigheid v
- (psychologie)de mate waarin men slecht gestemd, nukkig, kribbig of nors is
- ▸ Kamelen staan bekend om hun humeurigheid, maar een dodelijke aanval op een mens is zeldzaam.[1]
- ▸ Mensen hebben een slaapstoornis al ze langer dan drie maanden last hebben van slecht slapen in combinatie met slaperigheid, vermoeidheid, humeurigheid en slecht presteren overdag. Volgens psycho-fysioloog Kerkhof, verbonden aan het slaapstoornissencentrum van het Medisch Centrum Haaglanden, dreigt het slaapprobleem een epidemie te worden.[2]
- handeling die getuigd van het humeurig zijn
- Het woord humeurigheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Kameel maakt korte metten met dierenbeul” (dinsdag 24 mei 2016, 11:48), NOS - ↑
Weblink bron Dik Verkuil“Helft jonge vrouwen heeft slaapstoornis” (zondag 28 december 2014, 17:25), NOS