humbug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hum·bug
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bluf’ voor het eerst aangetroffen in 1901 [1]
  • van het Engels, Samenstelling van hum en bug ?? [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord humbug humbugs
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

humbug m [3]

  1. schijnvertoning uit bluf of bedrog
Vertalingen

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders
27 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie