huldig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hul·dig

Werkwoord

vervoeging van
huldigen

huldig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van huldigen
    • Ik huldig. 
  2. gebiedende wijs van huldigen
    • Huldig! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van huldigen
    • Huldig je?