huismoedertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • huis·moe·der·tje

Zelfstandig naamwoord

huismoedertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord huismoeder

Meer informatie