huisdichter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • huis·dich·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord huisdichter huisdichters
verkleinwoord huisdichtertje huisdichtertjes

Zelfstandig naamwoord

huisdichter m

  1. een vaste dichter van een organisatie of media
    • In het jaar 2000 installeerde de Rijksuniversiteit Groningen als eerste universiteit van Nederland een huisdichter. 

Gangbaarheid