huig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • huig
enkelvoud meervoud
naamwoord huig huigen
verkleinwoord huigje huigjes

Zelfstandig naamwoord

huig v/m

  1. (anatomie) een lapje afhangend weefsel aan het uiteinde van het zachte verhemelte, waarmee onder andere het neuskanaal kan worden afgesloten
    • De keelamandelen zijn verwijderd en de huig is verkort. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie