houwer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hou·wer
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van de werkwoordstam van houwen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord houwer houwers
verkleinwoord houwertje houwertjes

Zelfstandig naamwoord

houwer m

  1. (beroep) iemand die houwt uit steen, sneeuw, etc om een bepaalde vorm te creëren.
  2. kapmes, ploegmes
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be