houterig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hou·te·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van hout met het achtervoegsel -erig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen houterig houteriger houterigst
verbogen houterige houterigere houterigste
partitief houterigs houterigers -

Bijvoeglijk naamwoord

houterig

  1. niet lenig maar stijf
    • De houterige jongen kon niet goed dansen, maar dat vond zijn verliefde vriendin eigenlijk wel aandoenlijk.  

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.