hoteldieveggetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·tel·die·veg·ge·tje

Zelfstandig naamwoord

hoteldieveggetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hoteldievegge