hosting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hos·ting
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord hosting hostings
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hosting v

  1. (informatica) een dienst die particulieren of bedrijven webruimte aanbiedt, waardoor de website van die persoon of dat bedrijf bereikbaar is voor het publiek
    • Dat moet een flinke domper op de feestvreugde zijn, daar bij Bavaria in het Brabantse Lieshout. Afgelopen dinsdag bepaalde het gerechtshof in Den Haag dat het internetbedrijf Your Hosting met zijn slagzin ‘Zo, nu eerst naar de cloud’ geen inbreuk maakt op de merk- en auteursrechten van Bavaria, dat al sinds 1985 de reclameslogan ‘Zo. Nu eerst een Bavaria’ gebruikt.[1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Bas Kist 20 juli 2016
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be