hostie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Hosties
Uitspraak
Woordafbreking
  • hos·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘offerbrood’ voor het eerst aangetroffen in 1282 [1]
  • Afkomstig van het Latijnse hostia (offer).
enkelvoud meervoud
naamwoord hostie hosties
hostiën
verkleinwoord hostietje hostietjes

Zelfstandig naamwoord

hostie v

  1. (religie) rond plat offerbrood dat volgens de katholieke leer na de consacratie door de priester veranderd is in het lichaam en bloed van Jezus
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen