Naar inhoud springen

hospitality

Uit WikiWoordenboek
  • hos·pi·ta·li·ty
enkelvoud meervoud
naamwoord hospitality -
verkleinwoord - -

dehospitalityv

  1. (bedrijfstak) het professioneel ontvangen van over het algemeen grotere groepen genodigden, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt op congressen en in hotels
     Bussen vol toeristen parkeren op het kasteelterrein, voor 27,50 pond krijgen bezoekers een rondleiding. Het kasteel is een bedrijf geworden, de eigenaars managers in de hospitality.[2]
  1. hospitality op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 2 augustus 2025 Weblink bron
    Rinskje Koelewijn
    “De werkelijkheid kan een perfect plaatje zomaar verpesten. Toeristen bijvoorbeeld.” (22 december 2022) op nrc.nl op Wikipedia


enkelvoud meervoud
hospitality hospitalities

hospitality

  1. gastvrijheid
  2. gastheerschap, gastvrouwschap, hospitality