horst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • horst
enkelvoud meervoud
naamwoord horst horsten
verkleinwoord horstje horstjes

Zelfstandig naamwoord

horst m

  1. (geologie) een hooggebleven of omhooggedreven stuk land omgeven door afgeschoven slenken
    Deze horsten bestaan uit continentaal materiaal.
  2. (biologie) het nest van een roofvogel
    Een havik heeft daar zijn horst.