horkerig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hor·ke·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van hork met het achtervoegsel -erig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen horkerig horkeriger horkerigst
verbogen horkerige horkerigere horkerigste
partitief horkerigs horkerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

horkerig

  1. onbeleefd
    • De horkerige man liet een forse boer aan tafel en daarna begon hij ook nog eens ruzie te maken. 
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
26 % van de Vlamingen.