hopp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[1]: Et hopp.
Een sprong.
[2]: Et hopp.
De tafel van een springschans.
[3]: Hopprenn (Hopp)
Schansspringen.

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hopp
Naar frequentie 1047

Tussenwerpsel

hopp

  1. hup
Uitdrukkingen en gezegden
  • hei og hopp!
  • hopp fallera!

Werkwoord

hopp

  1. gebiedende wijs van hoppe
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hopp     hoppet     hopp     hoppa
hoppene  
genitief   hopps     hoppets]     hopps     hoppas
hoppenes  

Zelfstandig naamwoord

hopp o

  1. sprong
  2. (sport) de tafel van een springschans
  3. (sport) schansspringen, skispringen; skisprong
  4. (sport) een sprong over het paard (turnen)
  5. (sport) een afsluitsprong naar een gymnastische oefening
  6. (sport) een onderdeel in de waterskisport
  7. (sport) een sprong in het kunstrijden op de schaats
  8. (sport) een sprong in de jumping
  9. (sport) een sprong over een hindernis in de galopsport
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • hopp

Tussenwerpsel

hopp

  1. hup
Uitdrukkingen en gezegden
  • hei og hopp!
  • hopp fallera!

Werkwoord

hopp

  1. gebiedende wijs van hoppe
Schrijfwijzen
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hopp     hoppet     hopp     hoppa  

Zelfstandig naamwoord

hopp o

  1. sprong
  2. (sport) de tafel van een springschans
  3. (sport) schansspringen, skispringen
  4. (sport) een sprong over het paard (turnen)
  5. (sport) een afsluitsprong naar een gymnastische oefening
  6. (sport) een onderdeel in de waterskisport
  7. (sport) een sprong in het kunstrijden op de schaats
  8. (sport) een sprong in de jumping
  9. (sport) een sprong over een hindernis in de galopsport
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hopp     hoppet     hopp     hoppen  
genitief   hopps     hoppets     hopps     hoppens  
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hopp     hoppet     -     -  
genitief   hopps     hoppets     -     -  
  1. sprong
  2. hoop