hoornig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoor·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van hoorn met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hoornig hoorniger hoornigst
verbogen hoornige hoornigere hoornigste
partitief hoornigs hoornigers -

Bijvoeglijk naamwoord

hoornig [1]

  1. met een of meer hoornen
  2. lijkend op hoorn
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Verwijzingen