hoon
Uiterlijk
- hoon
- In de betekenis van ‘smadelijke bejegening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoon | |
| verkleinwoord |
de hoon m
- honende uitlating
| vervoeging van |
|---|
| honen |
hoon
- Het woord hoon staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hoon" herkend door:
| 89 % | van de Nederlanders; |
| 78 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "hoon" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ www.nrc.nl (28 aug 2026)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be