hooiopper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
hooiopper

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hooi·op·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hooiopper hooioppers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hooiopper m

  1. (landbouw) toestel om hooi te drogen

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
52 % van de Vlamingen.