hooguit
Uiterlijk
- hoog·uit
- samenstelling van hoog en uit
hooguit
- maximaal ingeschat; op zijn meeste
- ▸ Jullie kunnen me hooguit egoïstisch noemen.[1]
- Dat zal de boel hooguit een dag of wat vertragen.
- ▸ Het was moeilijk in te schatten hoe lang we nog onderweg zouden zijn en dus stalde iedereen zijn eten op de grond uit om te zien hoeveel er nog over was. Het viel erg tegen, hooguit genoeg voor een dag of twee.[2]
- ▸ Jullie kunnen me hooguit egoïstisch noemen.[1]
- Het woord hooguit staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hooguit" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %