hoogtijdag
Uiterlijk
- Geluid: hoogtijdag (hulp, bestand)
- hoog·tij·dag
- samenstelling van hoogtij en dag
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoogtijdag | hoogtijdagen |
| verkleinwoord | hoogtijdagje | hoogtijdagjes |
de hoogtijdag m
- een bijzonder feestelijke dag
- een dag waarop iets heel erg succesvol is
- Het woord hoogtijdag staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.