hoogstpersoonlijks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoogst·per·soon·lijks

Bijvoeglijk naamwoord

hoogstpersoonlijks

  1. partitief van de stellende trap van hoogstpersoonlijk
    • Dat is iets hoogstpersoonlijks...