hoogstam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoog·stam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoogstam hoogstammen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hoogstam m

  1. boom met een hoge, onvertakte stam
    • Om een hoogstam te snoeien heb je de nodige kennis nodig. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be