hooggeplaatst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoog·ge·plaatst
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hooggeplaatst (hooggeplaatster) * (hooggeplaatstst) *
verbogen hooggeplaatste (hooggeplaatstere) * (hooggeplaatstste) *
partitief (hooggeplaatsts) * (hooggeplaatsters) * -

Bijvoeglijk naamwoord

hooggeplaatst [1]

  1. (sociologie) een hoge rang op de sociale ladder innemend
    • Omdat er hooggeplaatste mensen bij betrokken waren, is de zaak verzwegen. 
Opmerkingen
  • De Woordenlijst Nederlandse Taal vermeldt voor de overtreffende trap vormen die eindigen met "-tstst(e)", die haast niet zijn uit te spreken of te verstaan, het is beter Nederlands om hoogstgeplaatst(e) te gebruiken. Voor de vergrotende trap verdient dan hogergeplaatst(e) de voorkeur [2]. Het is twijfelachtig of de partitieven echt gebruikt worden.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen