hoofdagent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de vier gouden strepen van een hoofdagent
Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·agent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdagent hoofdagenten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hoofdagent m [1]

  1. (beroep) rang bij de politie tussen agent en brigadier in
    • Vorige week vrijdag, een dag voordat een angstige koppenmaker bij De Telegraaf veel ophef veroorzaakte met een kwalijke metafoor over criminele vluchtelingen, klampte een hoofdagent van politie mij aan over hetzelfde maatschappelijke probleem. Hij was onlangs te hulp geroepen in een AZC, zo vertelde hij mij, en had toen uit een groepje balorige Noord-Afrikaanse lastpakken al snel de kwaadwillende gangmaker weten te pikken. Hij kon dat omdat hij zelf eind vorige eeuw als vluchteling uit een Arabisch land naar Nederland was gekomen, een lange, slopende asielprocedure had doorlopen en er, eenmaal erkend, uiteindelijk ook nog in geslaagd was om toegelaten te worden tot de politieopleiding.[2] 
  2. (handel) belangrijkste vertegenwoordiger van een bedrijf
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Guus Meershoek 12 januari 2017