honorarium

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·no·ra·ri·um
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord honorarium honoraria
honorariums
verkleinwoord honorariumpje honorariumpjes

Zelfstandig naamwoord

honorarium o

  1. een geldelijke beloning voor een geleverde dienst
    • Hij ontving een bescheiden honorarium voor zijn lezing. 
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen