hondenstiel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hon·den·stiel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hondenstiel hondenstielen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hondenstiel m

  1. heel vervelend, vermoeiend en ondankbaar werk
    • Het rubriekje dat moest worden gevuld was een stijlrubriekje met dilemma’s. Ik legde dilemma’s voor. Emilio Ferrera moest kiezen. Bijvoorbeeld tussen Versace en Armani of tussen Ferrari en Maserati. Op die manier probeerde ik hem spontane reacties te ontfutselen. Lifestyle is nu eenmaal een hondenstiel. Zeker toen Emilio Ferrera ineens opmerkte: ‘Ja, maar, ik bén geen Italiaan. Ik ben een Spanjaard.’ [1] 
    • Als er een kookprogramma gerecenseerd moet worden waar cannabis mee gemoeid is, dan is er in geen velden of wegen een culinair journalist te bekennen. Dan moeten ze plots dringend kroppen sla gaan uitsteken in hun stadstuintjes. De mediajournalist van dienst mag dit keer dus de pothead uithangen – ach, het is een hondenstiel. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 19 MEI 2018 DINGE. VOETBAL.
  2. De Standaard 25 JUNI 2018 Als alles rond de pot draait