hondenlulletje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hon·den·lul·le·tje

Zelfstandig naamwoord

hondenlulletje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hondenlul