homofoon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·mo·foon
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel homo- met het achtervoegsel -foon
enkelvoud meervoud
naamwoord homofoon homofonen
verkleinwoord homofoontje homofoontjes

Zelfstandig naamwoord

homofoon m

  1. (taalkunde) woord dat hetzelfde wordt uitgesproken als een ander woord, maar een andere betekenis heeft
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen homofoon
verbogen homofone

Bijvoeglijk naamwoord

homofoon

  1. (muziek) éénstemmig gezang, eventueel met harmonisch begeleidende stemmen
  2. gelijkluidend
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders
68 % van de Vlamingen.

Meer informatie