homilie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

homilie
Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·mi·lie
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord homilie homilieën
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

homilie v [2]

  1. prediking van een geestelijke in een rooms-katholieke eucharistieviering waarin de priester de Schriftlezingen uitlegt aan de gelovigen
    • De paus werd tijdens zijn homilie (preek) diverse malen onderbroken door gejuich en applaus, met name toen hij sprak van het belang van natuurbescherming. [3] 
    • 'Wees beschermers van Gods gaven, vermijd de vernietiging van de natuur, bescherm menselijke relaties', aldus de paus. Willem-Alexander en Máxima die met minister-president Mark Rutte en tal van andere hoogwaardigheidsbekleders naar de homilie luisterden, vonden 'het persoonlijke stempel' dat de paus daarin legde 'opvallend'. [4] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen