hoerenhuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoe·ren·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoerenhuis hoerenhuizen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hoerenhuis o

  1. pand waar mannen tegen betaling seks hebben met vrouwen
    • Kijk, als een kerel wil wippen, moet je wippen. Er is een standaardpakket waar je niet onderuit komt. Je zit tenslotte in een hoerenhuis. Maar alles wat hij meer wil, daar kun je dus extra voor vangen. [2]
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen