hoenderhok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoen·der·hok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoenderhok hoenderhokken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hoenderhok o [2]

  1. hok waarin men kippen kan houden
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • knuppel in het hoenderhok gooien
de rust verstoren door dingen te zeggen waar mensen boos of onrustig over kunnen worden
Een rechter stelde vast dat hun huis in waarde is gedaald van 6 naar 2,5 ton. Bovendien zou De Toermalijn veel te dicht bij het woonhuis zijn gebouwd. Met het spandoek hoopt Bert Beernink te bereiken dat de zaak wordt afgesloten. "Ik weet dat ik hiermee de knuppel in het hoenderhok gooi", zegt hij over het spandoek. "Maar de burgers mogen zien wat voor man de burgemeester is." De familie heeft een strafklacht in voorbereiding tegen Schelberg. [3]
Veertig man had Martin Waaijer onder zich, toen hij manager was van de R&D-afdeling van Océ in Venlo. Eens in het half jaar voerde hij met al die werknemers een werkoverleg van een uur. Daar was hij zo twee of drie weken mee zoet. ,,Zonde van mijn tijd, vond ik. Dus ik gooide de knuppel in het hoenderhok en schafte die overlegjes rigoureus af. Tegen mijn werknemers zei ik: áls je ergens problemen mee hebt, heb ik altijd tijd. Dat garandeer ik. De conclusie was dat ik met drie mensen anderhalf uur heb gepraat en dat de rest gesmeerd liep.” [4]
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen