hoefijzer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoef·ij·zer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoefijzer hoefijzers
verkleinwoord hoefijzertje hoefijzertjes

Zelfstandig naamwoord

hoefijzer o

  1. (paardrijden) gebogen ijzeren reep, in de vorm van de hoef, waarmee een paard door de hoefsmid beslagen wordt om het afslijten van de hoeven tegen te gaan
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie