hitparade

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hit·pa·ra·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘overzicht van de best verkochte muzieknummers’ voor het eerst aangetroffen in 1956 [1]
  • samenstelling van  hit  en  parade  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord hitparade hitparades
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hitparade v

  1. (muziek) een lijst met popliedjes die op dat moment het meest populair zijn
    • Toen Normaal Oerend Hard in 1977 uitbracht, was er niet één band in geslaagd om in de eigen streektaal een plaats in de hitparade te veroveren. Met Oerend Hard lukte het wel. De vraag is natuurlijk of het lied ook in 'gewoon' Nederlands zo'n succes zou hebben gehad.[3] 
    • Een aantal jaren na dato zou Mondriaan zich beklagen over het egoïstische gedrag dat de Vantongerloos tentoonspreidden door hem telkens weer op het dak te zitten als zij voor het een of het ander in Parijs moesten zijn. Zij hadden, zo meende hij, 'alleen om zich zelf gedacht'. Toch was dat niet terecht, alleen al vanwege het feit dat de Vantongerloos, door Mondriaan als een hitparadeduo tot George en Georgette gedoopt, in de zomer van 1926 een draagbaar mechanisch wonderapparaat meebrachten dat hem in vervoering bracht: een kleine gramophone. Meteen ging er een tamtambericht naar Oud: 'We zijn bezig met de "Charleston", bij een phonograaf.' Toen het echtpaar eenmaal de hielen had gelicht, voelde hij een diep gemis, niet zozeer van George en Georgette, maar van het geliefde apparaat. [4]  
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen