histologisch
Uiterlijk
- his·to·lo·gisch
- afgeleid van histologie met het achtervoegsel -isch (met het voorvoegsel histo-)
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | histologisch | histologischer | |
| verbogen | histologische | histologischere | |
| partitief | histologisch | histologischers | - |
histologisch
- (medisch) met betrekking tot de weefselleer
1. met betrekking tot de weefselleer
- Het woord histologisch staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.