hielp weg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hielp weg

Werkwoord

vervoeging van
weghelpen

hielp weg

  1. enkelvoud verleden tijd van weghelpen
    • Ik hielp weg. 
    • Jij hielp weg. 
    • Hij, zij, het hielp weg.