hielp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hielp

Werkwoord

vervoeging van
helpen

hielp

  1. enkelvoud verleden tijd van helpen
    • Ik hielp. 
    • Jij hielp. 
    • Hij, zij, het hielp. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.