hiërarchie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hi·e·rar·chie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘rangorde’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • afgeleid van het Griekse 'hieros' (heilig) met het achtervoegsel -archie [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord hiërarchie hiërarchieën
verkleinwoord hiërarchietje hiërarchietjes

Zelfstandig naamwoord

hiërarchie v

  1. rangorde (van waardigheidsbekleders)
  2. indeling in volgorde van belangrijkheid
    • een hiërarchie kan worden weergegeven met een structuur die lijkt op een boomstructuur 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen